
Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004
Artikel 34
1
Als het beroep kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is, kan het College of de president zonder nader onderzoek door het College uitspraak doen. De uitspraak wordt onverwijld aan de betrokkene, het tuchtgerecht en de voorzitter van het bedrijfslichaam gezonden.
2
Tegen de uitspraak, bedoeld in het eerste lid, kan de betrokkene dan wel de voorzitter van het bedrijfslichaam binnen zes weken na de verzending van de uitspraak verzet doen bij het College. Artikel 32 is van overeenkomstige toepassing.
3
Het College verklaart het verzet niet-ontvankelijk, ongegrond of gegrond. Indien het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak. De laatste zin van het eerste lid is van toepassing.
4
Als het beroep kennelijk niet-ontvankelijk of ongegrond is, kan het College het verzet niet-ontvankelijk of ongegrond verklaren, echter niet dan na de betrokkene dan wel de voorzitter van het bedrijfslichaam in de gelegenheid te hebben gesteld te worden gehoord.
5
De uitspraak op het verzet wordt onverwijld aan de betrokkene, het tuchtgerecht en de voorzitter van het bedrijfslichaam gezonden.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.